Week 11 – Regen en rupsen eten

Deze week tikken we als gezin de 10.000 reiskilometers aan en Rover (de auto) 300.000 km. Wat zal die auto allemaal al gezien en meegemaakt hebben denk ik soms voordat wij de trotse eigenaren werden. Deze week heeft hij maar weer eens bewezen een topauto te zijn.

Het noorden van Namibië is nat, heel nat! Het is bijna niet te geloven dat het in het zuiden al 10 jaar niet geregend heeft en hier de rivieren buiten zijn oevers treden. Voor het eerst in weken voelen we weer regen en nattigheid en moet de auto door plassen van zeker een halve meter diep. Door het vele water zijn de watervallen hier ook mega. Na de Epupa falls vorige week bezochten we deze week de Ruacana falls samen met de powerplant die daar zit. Een groot deel van de electra van Namibië komt van de dam bij deze waterval. Supertof om hier een kijkje te mogen nemen.

Het noorden is echt een andere wereld. Zo uitgestrekt en droog als het zuiden is, zo bevolkt en groen is het noorden. Tenminste nu in het regenseizoen. Hier leven we echt tussen de locals en eten we langs de weg bij geïmproviseerde restaurantjes. We zitten tussen de hompen dode koe en irritante vliegen en bestellen dan toch ook maar een stukje van de grill. Langzamerhand passen we ons meer aan de lokale keuken en gebruiken. Waar we eerst heel veilig en vertrouwd de meeste boodschappen in de supermarkt halen, kopen we nu steeds vaker langs de weg. We zien wel wat er te koop is en daar doen we het mee.

Er zijn hier veel campings die onderdeel zijn van een community project. Ontzettend leuk want je leert direct heel veel over de mensen, hier de Ovambo, en steunt het dorp. Anna, Fedde en Ids worden nieuwsgierig naar hoe de mensen leven en vragen ons de oren van het hoofd tijdens een wandeling door het dorp. Hier krijgen we uitleg en demonstratie over het maken van potten, manden, olie en meel en zijn Fedde en Ids wederom drukker met de andere kinderen en dieren. Het is zo fantastisch en leerzaam om te zien hoeveel er uit de natuur gebruikt wordt. Van medicijnen tot eten en bouwmaterialen. ‘s Avonds eten we rupsen als avondeten en worden we spontaan uitgenodigd bij een traditionele dans rond het vuur.

Nu liggen we even heel sjiek de friemel in een hotelkamer want vandaag spoelden we letterlijk van de straat. Alles is hier in Rundu, de twee na grootste stad in Namibië, ondergelopen. Hopen dat de regen snel stopt en we door kunnen richting de Caprivi strip.

Week 10 – Blote borsten en neushoorns

Gister heb ik mijn 37e verjaardag mogen vieren bij de prachtige Epupa watervallen op de grens met Angola. Een verjaardag is voor mij een moment terug te blikken, vooruit te kijken en vooral om even stil te staan. Vorig jaar hadden we net de Landrover gekocht en daarmee onze wens een stuk concreter gemaakt. Een vertrekdatum was er nog niet maar de voorbereidingen in volle gang. De slogan van Landrover is one life, live it. En dat is wat we doen.

Steeds vaker vragen mensen ons hoe een dag er nu een beetje uitziet. Door de plaatjes op Instagram en Polarsteps lijkt ons leven uit enkel hoogtepunten te bestaan. Wanneer ik wekelijks deze blog schrijf beseffen we ons dat enorm. Het aantal hoogtepunten in een week is groot. En juist dan zijn de ‘gewone’ dagen tussendoor heel fijn. Beetje wassen, beetje aan de auto klooien, school doen en bijna iedere dag zwemmen! Wanneer we aankomen op een camping zijn we binnen een kwartier opgebouwd en is dat ons thuis. Het is zo gaaf om te zien hoe snel de kinderen de steeds veranderende omgeving heel flexibel oppakken. Binnen no time weten ze waar de toiletten zijn, het zwembad enz.

Deze week hebben we een aantal nachten op de leuke camping Oppi Koppi in Kamanjab gestaan. Vooral leuk omdat het voor internationale overlanders gratis is. Hier hebben we een Himba dorp bezocht. Wat een bijzondere ervaring was dat! We waren nog geen vijf minuten in het dorp toen Ids al hielp met de geiten naar het bos brengen. Heel stoer hield hij de achterpoot van een babygeit vast want deze mocht nog niet mee naar het bos. Vervolgens waren we Ids en Fedde kwijt, die waren met de kinderen in het bos aan het spelen. Ondertussen kregen wij uitleg over de manier van leven, hun kleding, tradities en rituelen. Prachtig om te zien hoe een leven zich voltrekt rond deze rituelen. Hierbij vergeleken is onze Westerse beschaving een stuk vlakker. Himba vrouwen wassen zich niet met water maar met rook waardoor ze gaan zweten en ze zich als het ware met de damp wassen. Dit doen ze ook met kleding. Hierna smeren de vrouwen zich in met een mengsel van rood stof gemaakt van steen uit de heilige berg en vet. Het beschermt tegen van alles. Ik moet zeggen dat hun huid er prachtig uitzag. Hun dieet is 2 x per dag maispap en 1 of 2 keer per maand geitenvlees. Hiernaast af en toe wilde vruchten. De eenvoud van dit leven wat tegelijkertijd zo rijk voelt door de eeuwenlange rituelen maakt dat wij ons eigenlijk maar heel gewoontjes voelen en zo jong in ons bestaan.

Van de cultuur reden we naar de natuur in Etosha National Park, het bekendste wildpark van Namibië. In twee dagen zagen we heel veel mooie dieren waaronder giraffen en de witte neushoorn. Het blijft bijzonder om deze dieren in hun natuurlijke leefomgeving te zien. Met onze verrekijkers speuren we de vlaktes en bosjes af en wat is het enthousiasme groot als we een olifant, giraf of neushoorn zien! Dit is het Afrika van de plaatjes en de reisbrochures. We genieten enorm maar zijn ook ontzettend blij dat we de tijd en vrijheid hebben om van de gebaande paden te wijken en dus besluiten we het noorden meer te gaan ontdekken.

We genieten van al jullie reacties!

Week 9 – Eindeloos Namibië

Ja! Dit is waar ik zo naar uitgekeken had. De kennismaking en interactie met de inwoners van Afrika. Op dit moment de Namibianen dus. Zowel in Zuid Afrika als in Namibië waren we tot nu toe omringd met vooral de blanke bevolking. We ondervonden de enorme vriendelijkheid en zeker ook vrijgevigheid (deze week ontvingen we nog een versgevangen halve kabeljauw van zeker 2 kilo) van deze mensen maar toch misten we de aansluiting met voor ons gevoel ‘de echte inwoners’. De blanke Zuid Afrikanen en Namibianen zullen mij dit zeker niet in dank afnemen want geboren en getogen in deze landen voelen zij zich natuurlijk Zuid Afrikaan of Namibiër in hart en nieren. Toch bleef dat gevoel. Het romantische idee van het spelen van Anna, Fedde en Ids met kinderen van hier was tot dusver niet gebeurd. Maar nu, hier op deze prachtige plek in het rurale Damaraland wordt er gespeeld! Met armen en benen en Lego zijn ze uren zoet samen. Eten we samen en spreekt Ids voorzichtig zijn eerste zinnen Engels.

Deze week verbleven we vooral in Swakopmund, de stad voor adrenaline seekers volgens de Lonely Planet. Wij hielden het rustig en kregen de hoogste adrenalineshot van een groep dolfijnen vlakbij de kust waaraan de camping grensde. Oh ja en een lesje slangenleer waarbij we leerden dat je na een beet van een Black Mamba, Cape Cobra, Groene Boomslang of Pofadder het best wat diesel op de beet kunt doen en opdrinken. Kijk dit zijn goede tips, al hopen we deze engerds natuurlijk nooit echt te zien.

Na een paar dagen slenteren door het leuke Swakopmund, borrelen met andere overlanders (altijd leuk en goed voor honderden nieuwe tips) en het bijvullen van onze voorraden (water, diesel en eten) reden we naar de Skeleton Coast. Deze kust dankt zijn naam aan de vele scheepswrakken die voor de kust liggen. In de afgelopen decennia zijn hier heel wat verschillende schepen vergaan. En redde je het wel dan wachtte je honderden kilometers woestijn waardoor je waarschijnlijk alsnog het loodje legde.

We zagen de honderdduizend zeehonden bij Cape Cross. In drie woorden was dat schattig (want allemaal kalven), overweldigend en stinkend! Na de heerlijke koelte van de kust maakten we een scherpe bocht naar rechts om de woestijn verder te verkennen. De temperatuur liep met de kilometer op en het stof was terug. Doel was een bezoek aan de Mesum krater. Na uren met opnieuw de meest prachtige vergezichten zouden we volgens de kaart bij de Mesum krater moeten zijn. Meindert was al twee keer een berg opgelopen in de hoop een enorme krater te zien maar niks. Wat bleek, we stonden er middenin! De krater heeft een diameter van 25 kilometer. Heerlijk hoe je verwachting en de werkelijkheid elkaar lekker in de weg kunnen zitten.

Week 8 – Zand, stof en de allermooiste uitzichten

Namibië wordt mooier en mooier. We hebben de neiging om na iedere bocht en op iedere nieuwe plek weer foto’s te maken (excuus voor de grote hoeveelheid dus deze week, we konden niet kiezen 😊)

De wekker om 5.00 uur was een goede keuze vorige week. De zonsopkomst over Fish River Canyon was mega. Wat een enorme afgronden! De 27 km lange canyon die op het hoogste punt 1030 mtr diep is straalt een grootsheid uit waardoor je je enorm nietig voelt. Wat kan de natuur toch overweldigend zijn. Na de zonsopkomst reden we naar een plek waarvan we gehoord hadden dat er wilde paarden waren en je kon wildkamperen. We vonden het spannend want tot nu toe hebben we steeds op echte campings gestaan of in hostels geslapen.

De nieuwsgierigheid won het van de angst en toen we op de plek aankwamen wisten we het zeker. Dit werd een nacht om nooit te vergeten. De vrijheid die we ervaarden om daar volledig in de middle of nowhere te zijn was overweldigend. We konden rennen, schreeuwen, in ons nakie staan en helemaal niets of niemand in de wijde omtrek. De paarden liepen om ons heen net als de gemsbokken, jakhalzen en struisvogels. De stilte, de zonsondergang, de sterrenhemel. Het is in woord en beeld bijna niet uit te drukken hoe we dit ervaren hebben.

De volgende ochtend reden we naar Kolmanskop. Een verlaten Duits mijndorp middenin de woestijn dat nu opgegeten wordt door zand. Het is een spookstad geworden. Toen we door het voormalige ziekenhuis liepen waar metershoge zandbergen in de kamers lagen voelde het echt heel raar. Het is niet te geloven dat hier zo’n 70 jaar geleden 1200 mensen woonden.

Na een paar dagen gechilled te hebben in Luderitz, wat af en toe ook heel fijn is, togen we richting Sossusvlei. Nu echt de woestijn in en dat was te merken. De stof en hitte waren best heftig. We stonden op geweldige campsites die zomaar uit het niets als een oase opdoemden in de woestijn. Als letterlijk hoogtepunt stonden we wederom om 5.00 uur op om de zonsopkomst over de Sossusvlei te zien en de duinen te beklimmen voor de ergste hitte. Meindert en Fedde beklommen Dune 45 en hadden een magistrale zonsopkomst. Hierna volgde de beroemde Big Daddy. De hoogste duin van Namibië. Fedde wilde wel en Gerdien ging mee. Anna had keelpijn en voor Ids was het te zwaar. In 3 uur tijd beklommen Fedde en Gerdien deze majestueuze duin van 325 meter. Wat een hoogte, wat een uitzicht en wat een trots op onze kleine man van 6 jaar! Via de dode vallei liepen we terug naar het basiskamp. Fedde glom, dit gevoel neemt niemand hem weer af!

Na een paar dagen zandhappen zitten we nu weer heerlijk aan de kust. De truien moeten weer aan en dat is na die hitte best lekker. Swakopmund belooft veel goeds dus we gaan hier heerlijk een paar dagen genieten.