Travel diary – the Vic falls and getting stuck

Eindelijk is het dan zover, we zijn bij de Victoria watervallen. Eindelijk omdat we op maandag 16 maart 2020 ook hadden besloten naar dit machtige natuurverschijnsel te gaan. De dag die onze reis op zijn kop zette en we besloten om niet noordelijk vanuit Botswana naar de Vic falls te rijden maar westelijk naar Namibië. In enkele dagen had covid de wereld in zijn greep en moesten wij er ook aan geloven. We onderbraken onze droomreis om die een jaar later weer te vervolgen. En hier staan we dan, ruim anderhalf jaar later op 27 december 2021 met zijn vijven te kijken naar die enorme hoeveelheid water die naar beneden dendert. Maar liefst 500 miljoen liter per minuut.
De grootsheid is bijna niet te bevatten. We lopen langs een prachtige route door jungleachtig gebied en worden nat van de waterdamp veroorzaakt door de waterval. Het éne uitkijkpunt nog mooier dan het andere, lopen we naar beneden om te eindigen bij de boiling pot. Een rustiger stukje water waar de watervallen uit alle macht inkletteren. Hierdoor worden tegengestelde waterstromen gecreëerd waardoor het net een kokende massa water lijkt. We zien piepkleine kayaks langskomen die zich stoer door de vele stroomversnellingen manoeuvreren. Fedde en Ids kunnen niet wachten om op een dag ook de kolkende Zambezi rivier te bedwingen. We beloven de kinderen plechtig dat we nog een keer terugkomen. Om toch een beetje een adrenalinekik te krijgen zoeven Anna en Fedde aan een zipline over de vallei naast de watervallen en voelen zich zo even Tarzan en Jane.

Voordat we de Vic falls bezoeken vieren we kerst. We staan op een mooie campsite in Livingstone aan de rivier. De kinderen verwennen ons met een zelfbedacht en zelfgemaakt driegangenmenu. We concluderen dat deze reis de kinderen zoveel zelfstandiger, creatiever en meer oplossingsgericht heeft gemaakt. Bijna iedere dag wordt er een beroep op hun aanpassingsvermogen gedaan. Het referentiekader waarop je jaren hebt kunnen vertrouwen, wordt hier op alle fronten door elkaar geschud. Maar kinderen hebben veel minder moeite om zich aan te passen en daar leren wij dagelijks van.

In de hoofdstad van Zambia stuiten we op een kleine Nederlandse nederzetting. We worden warm welkom geheten door een stel dat al 30 jaar in Zambia woont en een leuke plek heeft. Voor we het weten zitten we aan de vrijdagmiddagborrel met de andere Nederlandse buren en twee andere Nederlanders die vrijwilligerswerk doen. Het is één grote gezelligheid en het feest is compleet als er pepernoten en stroopwafels tevoorschijn komen. Heel even vergeten we dat we in Afrika zijn en ook hier hebben de kinderen geen enkel probleem om zich naadloos aan te passen aan deze situatie als hun zintuigen de zoete smaken herinneren.

Als we de volgende dag de kerstboom in de stralende zon opzetten en wat kerst slingers kopen om Randy Lover te versieren beseffen we ons weer dat we in Afrika zijn. Kerst in de hitte voelt toch vreemd.

Vanuit Lusaka rijden we naar Lake Karibu, het op drie na diepste meer ter wereld. We kamperen tussen de zebra’s en bewonderen het meer vanaf een boot. Als we na een paar dagen onze reis voortzetten maken we de verkeerde keuze. De camping medewerker wijst ons de korte route richting Livingstone. Een route langs kleine dorpjes, maar met diepe plassen van de regen. Alle concentratie is nodig om op de juiste manier de plassen door te rijden of te ontwijken wanneer mogelijk. Eén verkeerde stuurbeweging kan ervoor zorgen dat we wegslippen en dat gebeurd dus ook….shit! Randy Lover staat in een onwijs diepe geul van klei en diepe plassen water. Aan de kant van de weg staan alleen een paar hele dunne boompjes die ongeschikt lijken om de lier aan te verbinden. We beginnen verwoed te scheppen en al snel is met name Meindert onherkenbaar door een dikke laag klei. We sleutelen de rijplaten los en doen een poging. Helaas. Dan ziet Meindert toch een boom die iets dikker is, verscholen achter de kleine boompjes. Onze laatste kans. We zijn al uren onderweg en zijn niemand tegengekomen en hebben dus geen hoop dat iemand ons kan helpen. We moeten het zelf doen. Die ene boom is onze redding. Met behulp van de lier en rijplaten weet Randy zich te onttrekken aan de diepe kleimassa. Er zit zo onwijs veel modder op en in Randy dat hij direct door zou kunnen gaan voor een Camel Trophy voertuig. Dat was even spannend, maar we zijn toch ook een beetje blij dat we eindelijk dat zware materieel eens gebruikt hebben dat we voor dit soort momenten bij ons hebben. Het geeft vertrouwen dat het lukt om zelf midden in de bush te kunnen handelen. Al zou dit niet de laatste keer zijn.

Na bijna een maand in het mooie Zambia, steken we vanuit Livingstone de grens over naar Botswana. Nog geen tien kilometer over de grens zien we de eerste olifanten al langs de weg. Ja dit is Botswana, waar de parken geen hekken hebben en het wild overal om je heen is. We slapen op een fantastische plek waar je vanuit een ondergrondse bunker de olifanten die komen drinken van slechts één meter afstand kunt bewonderen. We zijn terug in de Bush en kijken ernaar uit om in Botswana af te maken waar we anderhalf jaar geleden mee begonnen zijn.